Pannekoek
In juli 1725 sprak men al van ‘het stuk land van Gerrit Pannekoek, die hier een plantage had aangelegd met de naam Klein Kolonie. Deze werd ook wel Klijne Kloof genoemd, refererend naar de tussen twee heuvels gelegen passage van Pannekoek naar Soto. Maar zoals gewoonlijk op Curaçao overheerste de volksmond in de naamgeving en bleef het: Pannekoek. De plantage Pannekoek is nog maar een deel van de voormalige Klein Kolonie en de naam ‘kolonie’ leeft nog steeds voort als ‘Colonia’, een klein gebied ten oosten van Pannekoek.
Geen rundvee
Pannekoek behoorde in de 17e eeuw nog tot de uitgestrekte weidegronden tussen de compagnieplantages Leliënberg (bij Barber) en Rif Sint Marie. De huidige geografische ligging is het beste aan te duiden als: ten oosten van Soto en ten noorden van San Juan. Met een omvang van 175 hectare was Pannekoek een vrij kleine plantage waar gemengd akkerbouw werd bedreven en ook stond hier een hofje met palmbomen. Ook werd er wat kleinvee gehouden, maar Pannekoek had, als enige van de westelijk gelegen plantages, geen rundvee.
Het landhuis
De eerste koopbrief van Pannekoek dateert uit 1774 maar uit overige overdrachtsdocumenten blijkt dat het huidige landhuis pas na 1790 werd gebouwd. Daarvoor was er alleen sprake geweest van ‘een oud vervallen stroo huijs’ en werd er verder melding gemaakt van 3 slaafgemaakten en 321 schapen.
In tegenstelling tot veel andere landhuizen is dat van Pannekoek niet op, maar juist aan de voet van een heuvel gebouwd. Ook ligt het meer naar het westen op het terrein en niet in het midden zoals meer gebruikelijk bij de aanleg van landhuizen.
Het traditioneel en eenvoudig landhuisje heeft een karakteristieke losstaande regenbak aan de oostzijde waar het regenwater vanaf het dak via een kanaaltje over de grond naar wordt geleid. Gezien de datum die in de topgevel is gegraveerd, dateert de regenbak uit 1868. Het is gebouwd toen het gouvernement het landhuis kocht voor plaatsing van de districtscommissaris.
Kunuku’s
De plantage werd later diverse keren door de overheid aangekocht en samengevoegd met Dokterstuin om daarna in kununuku’s, landbouwkavels, te worden verdeeld ten behoeve van arme landbouwers. In 1863 waren het alleen Pannekoek en Dokterstuin, en werden na afschaffing van de slavernij percelen aan voormalige slaaf gemaakten verhuurd.
Rond 1863 werd het landhuis aangekocht door de regering als huisvesting en praktijk voor de districtscommissaris. Na de emancipatie werd deze aangesteld om toezicht te houden op de geëmancipeerden. Behalve de districtsmeester werden er ook verblijven ingericht voor marechaussee en een kleine gevangenis voor ordeverstoorders.
De k(n)oek wordt verdeeld
Eind 1863/ begin 1864 was op Pannenkoek/ Dokterstuin in totaal 22,5 hectare verhuurd, verdeeld over 13 percelen. In verband met bezuinigingen verkocht de overheid de plantages in 1871, werden de bezoldigde districtscommissarissen vervangen door onbetaalde districtsmeesters en raakten de landbouwers hun kunuku’s kwijt.
Maar in 1913 kocht de overheid naast Pannekoek en Dokterstuin ook Flip, Leliënberg en gedeelten van Wacao en Barber en verhuurde dit aaneengesloten gebied in kunuku’s van 2 à 5 hectaren elk aan landbouwers. Ook werden toen diverse dammen aangelegd. Vanaf deze aankoop bleef plantage Pannekoek eigendom van de overheid.
De dokter op Pannekoek
Toen de plantage Groot Santa Martha door de overheid werd gekocht in 1952 verhuisde de dokterspost die hier was ondergebracht naar landhuis Pannekoek. Hier deed het voor korte tijd dienst als dokterskamer voor Soto en omgeving.
Sinds 1967 is het landhuis onder beheer van Stichting Jeugdcentrale Curaçao, JCC, die het als nieuwe eigenaar later uitbouwde met onder andere een beheerderswoning, recreatieruimte en douchefaciliteiten. Landhuis Pannekoek is nu in gebruik als vormingscentrum.
Sociaal gebeuren
Pannekoek heeft nooit een kerkgebouw gehad en bewoners bezochten altijd al de nabij gelegen kerk van Soto. Na afschaffing van de slavernij in 1863 leefde men hier van landbouw, veeteelt en visserij. Andere bronnen van inkomsten waren hoedenvlechterij, het plukken van dividivi- peulen, het snijden van aloë en branden van houtskool. Vanwege haar ligging dicht bij de zee waren ook het ‘oogsten’ van zout en visserij van essentieel belang voor de inwoners van Pannekoek.
Op zoek naar beter werk trok een aantal mannen in het begin van de 20ste eeuw naar landen als Santo Domingo, Suriname, Cuba en Panama. Ook populair was de trek naar Cuba om daar in de suikerrietvelden te gaan werken.
In de tweede helft van dezelfde eeuw begon de trek naar de stad om daar in de op gang gekomen fosfaatindustrie, olie-industrie en handel te gaan werken.
Heuveltjes
Bekende heuvels in de bario zijn Seru Bekechi( betekenis naam onbekend),Seru di Warawara en Seru Gabilan. (Warawara en Gabilan zijn vogels).
De Seru Gabilan 114,6m op Pannekoek, Seru Bandera 95,3m, Seru Kabayé 135,9m, en Seru Kalebas 108.2m op Dokterstuin, de Kabrietenberg 84,6m op plantage Barber, vormen een lange heuvelketen. Deze keten verbindt de Kaminda Serapio A. Pinedo met de Kaminda Próspero “Popo” Rojer, twee hoofdwegen in Pannekoek en omgeving.
Bronnen:
Brenneker: Sambumbu- diverse edities
M.Visman: Herkomst van onze streek- en plantagenamen
Newton: Architectuur en bouwwijze van het Curaçaose landhuis
Ministerie SOAW: Buurtprofiel Soto
Verslag Werkgroep Archeologie over Soto.
Knipselkrant Curaçao, 8 februari 2015
Met dank aan: François van der Hoeven, Frensel Mercelina , Jeroen Heuvel en Christel Monsanto