Damacor
Door asfaltering van wegen en overbevolking in de stad en Scharloo, kwam ‘de trek naar buiten’ rond 1940 op gang en trokken welgestelden naar nieuwe woonwijken zoals in de buurt van Zeelandia, Damacor, Van Engelen, Cas Cora en Mahaai.
Damacor is een woonwijk ten zuidoosten van ‘Tra’i Seru’ en ten westen van Cas Cora. De naam Damacor is volgens de auteur pater P. Brenneker een samentrekking van Damasó en Corrie, twee kleine plantages, in de 18 e eeuw respectievelijk eigendom van de heren Damasco van Ries en de fransman Dominique Cori.
Andere bronnen vermelden dat de naam later is ontstaan, refererend naar de drie joodse grondeigenaren, Da Costa Gomez, Maduro en Corea, waarvan de eerste letters van de achternamen de naam Damacor vormen.
Damasco van Ries
Pater Nooyen vertelt over een zekere Damasco van Ries die in 1799 een hypotheeklening had gekregen bij de Santa Annakerk. Dit ten behoeve van zijn moeder die eigenaresse was van het knoekje Vreugdendal (een deel van het huidige Damacor) en waar vier slaafgemaakten tewerk waren gesteld.
Van Ries had zelf schapen op plantage Groot Kwartier, die toen in het bezit was van de Engelsman Philips. In 1804 was deze plantage het strijdtoneel tussen de Curaçaose Manuel Piar en de Engelse troepen die het eiland waren binnengevallen. Ten gevolge hiervan verloor Van Ries al zijn schapen. In 1805, als de Engelsen weer binnenvallen, moet hij, in zijn hoedanigheid van officier der burgers, de confrontatie tegen hen aangaan te Ascencion.
Damasco was getrouwd met Joanna Catharina Steegman. In 1806 doopten zij hun dochter Ana Maria van Ries en in 1799 hun tweede kind, Paulina Elisabeth van Ries.
Damasco’s naam is in ieder geval, zij het verbasterd, de geschiedenis ingegaan als Damasó.
Onderdeel van Rooi Catootje
In 1860 kwam het landgoed in handen van Salomon Emanuel ‘Manchi’ Levy Maduro, eigenaar van de belendende plantage Rooi Catootje. Behalve Damasó (alias Vreugdendal), had Manchi rond die tijd ook andere belendende percelen zoals plantage Princenhof (alias Djanoramarti), Francia en Corrie gekocht en aan Rooi Catootje toegevoegd.
Evenals Damasó zijn ook Djanoramarti en Cori namen van de vroegere grondeigenaren. Djanoramarti, Djanora Marta of Djanora Martis (1826) had in de 19de eeuw een stenen woning die bij toevoeging aan Rooi Catootje werd afgebroken. De voormalige gronden van Djanoramarti liggen op de locatie van de huidige protestantse Marnix VSBO aan de Cas Coraweg en de heuvel erachter.
Dominique Cori
De Fransman Dominique Cori wordt in 1746 vermeld als slavenhouder in de doopboeken van de katholieke kerk. De kleine plantage die nabij de huidige Snip- en Corrieweg moet hebben gelegen was niet echt rendabel en hoefde in 1828, door de hoge hypotheekschuld, maar weinig grondbelasting te betalen. Ook werd het in 1832 tot tweemaal toe gedwongen onderhands verkocht. In 1860 wordt Corrie bij Rooi Catootje ingelijfd.
Bij Corrie waren de gronden van Damasó daarvoor al ingelijfd getuige de archieven van de familie Dankmeijer-Maduro, eigenaars van Rooi Catootje, die als volgt vermelden: Corrie (Vreugdendal, 1761 -1922) inclusief de tuin Damasó of Vreugdendal (1799-1922).
Voor de aanleg van leidingen naar Caracasbaai kocht de Shell een strook van de plantages Corrie en Damasó.
De Snip-en Corrieweg
Rond 1950 lieten de Koninklijke Nederlandse Scheepvaart Maatschappij, de KNSM en de KLM, de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij, personeelswoningen bouwen op Damacor. Naar verluidt zou dit project gerealiseerd zijn op de gronden toebehorende aan drie lokale joodse zakenlieden zoals eerder vermeld.
De Snip was het eerste vliegtuigje van de KLM dat op 15 december *1934 vanuit Schiphol naar Curaçao vloog. Aankomst op Curaçao was op 22 december 1934, het werd de beroemde kerstvlucht en markeerde de eerste trans- Atlantische vlucht van een KLM- toestel naar het Caribisch gebied. Het toestel was een Fokker F.XVIII met registratie PH-AIS, bijgenaamd De Snip. Het gerestaureerde toestel staat bij het Curaçaos Museum.
De naam Cori leeft nog steeds voort in de Corrieweg die het verlengde is van de Snipweg en de grens vormt tussen de bario Tra’i Seru enerzijds en de voormalige Shellwoningen van Cas Cora anderzijds.
In de bocht van de Corrieweg, naast het blindeninstituut, ligt Hòfi Corrie van de familie Joubert. Op het erfpachtterrein met een oppervlakte van 9000 vierkante meter, staan diverse fruitbomen, zijn er vier putten en ook worden hier diverse vogels en dieren gehouden zoals kwartels, fazanten, prikichi en ook geiten en paarden.
Soledad
Ten westen van Damacor, in het gebied tussen de Snipweg ter hoogte van Baker Tilly, de Ontwikkelingsbank aan de Schottegatweg en ten zuiden van de Damacorweg, ligt de kleine wijk Soledad, ook wel Soledá (=eenzaamheid) genoemd. Op de Seru di Soledad stond vroeger een watertank.
· Nooyen, N.: La Union:– 1 siglo fransesnan na Kòrsou, Nobo, 9 maart 2002;
· Renkema W.J.: het Curaçaose plantagebedrijf in de negentiende eeuw.
· Janknegt, R.: De Hofjes van Curaçao
· Brenneker, P.: Sambumbu, diverse editiesMet dank aan Jeroen Heuvel en André RancuretLees ook de page van Francia en die van Tra’i Seru.